background header
> zorgverstrekker  >  diensten  >  detail

ZE Inwendige


Welkom op de zorgeenheid inwendige. Binnen onze zorgeenheid zijn er 3 deelgebieden:

  • cardiologie – hartbewaking – stroke unit (Knokke)
    hoofdverpleegkundige dhr. Marino De Deyne – T +32 50 63 31 49 
  • algemene inwendige Knokke
    hoofdverpleegkundige: mevr. Jessica Parmentier - T +32 50 63 33 99
  • algemene inwendige Blankenberge
    hoofdverpleegkundige mevr. Ann Ketels – T +32 50 43 41 99

cardiologie – hartbewaking – stroke unit (Knokke)  

Op de afdeling cardiologie worden patiënten opgenomen met problemen aan hart- en bloedvaten. Een enthousiast team van verpleegkundigen staat klaar om samen met de cardiologen dr. Verstraete, dr. Willems, dr. De Vlieghere en dr. Grijalba patiënten op te vangen met problemen zoals:
angina pectoris, hartinfarct, hartritmestoornissen, hartklepafwijkingen, hartfalen, hartspierziekten,…
 
Via tal van onderzoeken en technieken probeert men een juiste diagnose te stellen om daarna een correcte en effectieve behandeling te kunnen opstarten. Patiënten staan continu onder toezicht via een draadloos monitoringsysteem zodat de verpleegkundigen nauwgezet het hartritme, de bloeddruk en de zuurstofsaturatie kunnen observeren.
 
Andere gebruikte technieken en procedures zijn:

Naast diagnosestelling en behandeling staat de afdeling ook klaar voor preventie van hart- en bloedvaatziekten.
 

Via cardiale revalidatiekrijgt de patiënt, onder leiding van de cardioloog, inzicht in de belangrijkste risicofactoren zoals roken, diabetes, hypercholesterolemie, obesitas, hoge bloeddruk, stress,… Dit team beschikt over een sociaal verpleegkundige, een diëtist, een kinesist en een psycholoog die de patiënt begeleiden tijdens de hospitalisatie en daarna. Door gezondheidsvoorlichting en een individueel oefenschema helpt men de patiënt aan een betere conditie met het oog op een gezonde toekomst. 
 
Stroke Unit
De Stroke Unit zorgt voor een multidisciplinaire aanpak van beroertezorg. Dit veronderstelt dat de patiënten na een beroerte gedurende de eerste 10 dagen worden opgevangen door een team van verpleegkundigen, logopedisten, kinesisten, ergotherapeuten, een sociaal verpleegkundige, een psycholoog, een cardioloog, een neuroloog en een revalidatie arts. Dit team zorgt voor een vroegtijdige diagnose, adequate behandeling en revalidatie op niveau van de patiënt.
 
algemene inwendige (Knokke + Blankenberge)
Op de zorgeenheid inwendige is individueel aangepaste zorg essentieel. Er wordt naar de oorzaak van het probleem gepeild, rekening houdend met psychosociale factoren. Tegelijk hebben we ook aandacht voor de fysieke toestand die ten gevolge van een chronisch lijden of multipele pathologie complexe klachten kan geven. Zelfzorg bij de patiënten wordt steeds gestimuleerd.
 
meest voorkomende pathologieën:
  • gastro-enterologie: slokdarmbloedingen –en vernauwingen, maagbloeding, maagkanker, maagulcus, diarree, colitis ulcerosa, ziekte van Crohn, darmkanker, diabetes, pancreatitis, pancreascarcinoom, cholecystitis, galstenen, levercirrose, leverkanker…
    Tevens ook de onderzoeken hieraan gerelateerd: ERCP, colonscopie, gastroscopie,…
  • pneumologie: COPD, CARA, pneumonie, pneumothorax, longcarcinoom, longkanker,…
  • neurologie: CVA, meningitis, subduraal hematoom, hersenbloeding,…
  • reumatologie: reumatoïde artritis, discus hernia, arthrose,…




 
technieken en procedures

Electrocardiografie - ECG
doel van het onderzoek
Sommige hartafwijkingen geven een bepaald patroon op het EKG. Voorbeelden zijn een hartinfarct, een verdikking van de hartspier, een zuurstoftekort in hartspier, een ontsteking van het hartzakje en hartritmestoornissen.


voorbereiding
Geen
het onderzoek
Het onderzoek wordt uitgevoerd door een verpleegkundige.
In de kleedruimte ontbloot u uw bovenlichaam. Verpleegkundige vraagt om plaats te nemen op de onderzoekstafel. Ze plaatst zes elektroden op uw borsten bevestigt elektroden om uw armen en benen. Deze elektroden worden verbonden met een toestel dat de registratie vastlegt op papier. Ondertussen blijft u ontspannen liggen.
Het onderzoek duurt 5 minuten.
terug naar overzicht


Trans Thoracale Echocardiografie
doel van het onderzoek
Echografie is een onderzoek met behulp van hoogfrequente geluidsgolven (ultrageluid). Deze methode maakt gebruik van het feit dat sommige weefsels - zoals het hart - de op hen gerichte geluidsgolven sterker weerkaatsen dan andere weefsels. Op deze wijze wordt informatie verkregen over bijvoorbeeld de structuur van het hart. De weerkaatsing van het ultrageluid op de bloedstroom geeft door het Dopplereffect informatie over de snelheid en de stroomrichting van het bloed dat door het hart stroomt. Het gecombineerde echo-doppler onderzoek bij het hart heeft tot doel na te gaan of er afwijkingen van het hart zijn.
opzet en duur van het onderzoek
De voorbereiding neemt ongeveer 5 minuten, het onderzoek zelf ongeveer 20 à 30 minuten.
Wie verricht het onderzoek
Het onderzoek wordt uitgevoerd door uw cardioloog.
voorbereiding
Nadat u uw bovenkleding hebt opgehangen neemt u plaats op de onderzoekstafel. Uw wordt aangesloten aan een monitor met ECG-electroden en krijgt een gel (vlekt niet, op waterbasis) op de borst.
onderzoek
Vervolgens zal men met de zogenaamde sonde over uw borst gaan. De sonde zendt geluid uit naar het onderliggende gebied. Dit geluid wordt onder andere door het hart teruggekaatst, en door de taster weer opgevangen. Op deze wijze ontstaat een beeld van uw hart, dat op een Tv-scherm zichtbaar gemaakt wordt. Zonodig kan het beeld met video worden vastgelegd. Behalve dat men het hart in beeld kan brengen, is het ook mogelijk de snelheid van de bloedstroom daarbinnen in waar te nemen. Wordt de versterker aangezet dan wordt de bloedstroom hoorbaar. Het onderzoek is volkomen pijnloos.
resultaten
De resultaten zijn meestal direct bekend
terug naar overzicht


Slokdarm echocardiografie – TEE
doel van het onderzoek
Echografie is een onderzoek met behulp van hoogfrequente geluidsgolven (ultrageluid). Deze methode maakt gebruik van het feit dat sommige weefsels - zoals het hart - de op hen gerichte geluidsgolven sterker weerkaatsen dan andere weefsels. Op deze wijze wordt informatie verkregen over bijvoorbeeld de structuur van het hart. De weerkaatsing van het ultrageluid op de bloedstroom geeft door het Dopplereffect informatie over de snelheid en de stroomrichting van het bloed dat door het hart stroomt. Het gecombineerde echo-doppler onderzoek bij het hart heeft tot doel na te gaan of er afwijkingen van het hart zijn. In de meeste gevallen is het mogelijk dit onderzoek via de borstkas, dus uitwendig, te verrichten. Soms is het echter nodig van binnenuit te "kijken", vanuit de slokdarm.
opzet en duur van het onderzoek
De voorbereiding neemt ongeveer 10 minuten, het onderzoek zelf ongeveer 20 à 30 minuten.
wie verricht het onderzoek
Het onderzoek wordt uitgevoerd door één van de cardiologen met assistentie van een verpleegkundige.
voorbereiding
Uw mag vanaf minstens vier uur voor het onderzoek niets eten of drinken. Nadat u uw bovenkleding hebt opgehangen neemt u plaats op de onderzoektafel. Uw wordt aangesloten aan een monitor met ECG-electroden en via een klemmetje op uw vinger wordt de zuurstofverzadiging van het bloed bewaakt. Een eventueel aanwezig kunstgebit moet worden uitgedaan. De cardioloog zal vervolgens met een bitter smakende spray uw keel verdoven. Dit geeft een dik gevoel wat ongeveer twee uur aanhoudt.
onderzoek
Uw wordt gevraagd een vinger-dikke slang in te slikken. Aanvankelijk geeft dit een akelig, soms benauwd gevoel, maar al snel merkt u dat u gewoon kunt doorademen. Slikken is tijdens het onderzoek moeilijk, daarom zal er vaak wat slijm uit uw mond lopen. U krijgt een doekje onder uw mond.
na het onderzoek
De verdoving houdt nog enige tijd aan. Uw mag daarom de eerste twee uur na het onderzoek niets eten of drinken.
resultaten
De voorlopige uitslag krijgt u vast van de cardioloog. De beelden worden ook vastgelegd op een videoband zodat bijvoorbeeld bespreking kan plaatsvinden. Vaak zal de definitieve uitslag in een later stadium met u besproken worden.
terug naar overzicht


Cyclo-ergometrie
doel van het onderzoek
De cyclo-ergometrie, ofwel de fietsproef, heeft tot doel het bepalen van uw hartfunctie bij inspanning. Zowel de cardioloog als de longarts kunnen opdracht geven tot dit onderzoek.
wie verricht het onderzoek
Het onderzoek wordt uitgevoerd door een verpleegkundige soms met een arts. Als u vragen hebt tijdens het onderzoek kunt u deze aan hen stellen.
opzet en duur van het onderzoek
Het is de bedoeling dat u een geleidelijk toenemende inspanning levert op een soort 'hometrainer', waarbij uw hartfunctie geregistreerd wordt. Het onderzoek duurt ongeveer een half uur, waarvan u in totaal ongeveer vijftien minuten fietst.
voorbereiding
U kunt uw bovenkleding ophangen in een kleedkamertje. Vervolgens neemt u plaats op de fiets. Er zal dan een aantal draden met behulp van plakkertjes op uw borst worden bevestigd. Via de draden kan uw hartfunctie geregistreerd worden. Tevens verschijnt een beeld van de hartfunctie op een TV-scherm. Voordat u gaat fietsen en tijdens het fietsen wordt de bloeddruk gemeten aan uw bovenarm.
onderzoek
U begint te fietsen. Op het stuur van de fiets ziet u een metertje dat aangeeft hoeveel omwentelingen per minuut u trapt. Men zal u verzoeken dit aantal wat op te voeren. Het effect van de inspanning wordt meteen zichtbaar op het TV-scherm, en kan bovendien worden vastgelegd op papier. De weerstand van de fiets zal geleidelijk worden opgevoerd. Meestal is het de bedoeling dat u fietst totdat u echt niet meer kunt. De fietsproef wordt beëindigd in overleg met de verpleegkundige, die voor het stoppen nog een ECG zal registreren en meestal nog een keer de bloeddruk zal willen meten. Het is beter de fietstest niet abrupt te staken, maar eerst nog even rustig op een lage belasting uit te fietsen.
resultaten
Als u bent uitgefietst kunt u zich weer aankleden. De resultaten kunt u niet meteen te horen krijgen, omdat het de nodige deskundigheid vereist om de grafieken te lezen. Uw specialist zal u tijdens het spreekuur meedelen wat de bevindingen zijn, of deze aan uw huisarts doorgeven. 
terug naar overzicht


Myocardscintigrafie – MIBI
doel van het onderzoek
Het onderzoek heeft als doel te beoordelen of er sprake is van zuurstoftekort van de hartspier ( meestal veroorzaakt door een vernauwing in de kransslagaders ). Indien er inderdaad sprake is van zuurstoftekort kan bovendien worden beoordeeld hoe uitgebreid dit is.
wie verricht het onderzoek
Het onderzoek wordt uitgevoerd door de specialist nucleaire geneeskunde Dr. Melis K.
duur van het onderzoek
Het onderzoek 's ochtends duurt een uur en 's middags een half uur.
voorbereiding
Vanaf 24 uur voor aanvang van het onderzoek mag u GEEN KOFFIE, THEE, COLA EN CHOCOLADE gebruiken. U mag vanaf minsten 4 uur voor het onderzoek niets eten of drinken.
onderzoek
Bij dit onderzoek worden foto's gemaakt van de doorbloeding van uw hartspier in de rust toestand en na een inspanningstest (fietsproef). Er wordt een infuus in uw arm aangebracht. Er wordt een geringe hoeveelheid radio-actieve stof via het infuus ingespoten. Direct na deze injectie komt u onder de gammacamera te liggen en wordt de eerste serie foto's gemaakt. Het eerste gedeelte is nu afgerond. U mag nu terug naar de verpleegafdeling waar een lichte lunch genuttigd mag worden. Het gebruiken van cacao. koffie en thee is wederom niet toegestaan 's Middags worden opnieuw foto's gemaakt, ditmaal in de inspanningstoestand. Er wordt gestart met de fietsproef waar een maximale belasting geleverd moet worden. Nadat u maximaal belast bent wordt een geringe hoeveelheid radio-actieve stof via het infuus ingespoten. Direct na deze injectie komt u onder de gammacamera te liggen en wordt de tweede serie foto’s gemaakt. Na deze serie is het onderzoek geheel afgerond.
resultaten
De uitslag van het onderzoek is niet meteen bekend. Uw eigen cardioloog gaat eerst samen met de nucleair geneeskundige de plaatjes van het onderzoek bekijken voordat een definitief verslag wordt gemaakt. Deze uitslag wordt op de polikliniek met u besproken.
terug naar overzicht


Isotopen ventriculografie - MUGA
doel van het onderzoek
Het onderzoek heeft tot doel het beoordelen van de hartspierfunctie.
wie verricht het onderzoek
Het onderzoek wordt uitgevoerd door de specialist nucleaire geneeskunde Dr. K. Melis.
duur van het onderzoek
Het onderzoek duurt ongeveer anderhalf uur.
voorbereiding
U hoeft niet nuchter te zijn.
onderzoek
Bij dit onderzoek worden foto's gemaakt van de pompfunctie van het hart (ejectiefractie) in rust. Via een injectie in de arm wordt geringe hoeveelheid radio- actieve stof toegediend. Daarna komt u onder de gammacamera te liggen en wordt een soort hartfilmpje gemaakt.
resultaten
De uitslag van het onderzoek is niet meteen bekend. Uw eigen cardioloog gaat eerst samen met de nucleair geneeskundige de plaatjes van het onderzoek bekijken voordat een definitief verslag wordt gemaakt. Deze uitslag wordt op de polikliniek met u besproken.
terug naar overzicht


Holter monitoring
doel van het onderzoek
Het 24-uurs ECG wordt gemaakt om een indruk te krijgen over eventuele hartritmestoornisen en over storingen en de geleiding van electrische impulsen door het hart. Soms ook geeft het onderzoek informatie over zuurstoftekort van de hartspier. Met behulp van klein draagbaar toestelletje worden gedurende 24 uur de electrische activiteiten van uw hart digitaal geregistreerd. De arts kan dan zien hoe uw hart reageert als u bezig bent met uw dagelijkse activiteiten zoals eten, slapen, fietsen, roken, sporten, blij/boos zijn, trap oplopen, huishoudelijk werk, enz. Het onderzoek is volledig pijnloos en u kunt uw normale werkzaamheden uitvoeren. Het enige verschil is dat u een klein toestelletje met u meedraagt.
wie verricht het onderzoek
Het onderzoek wordt aangevraagd door de cardioloog. Een verpleegkundige sluit het toestelletje aan.
onderzoek
De dag van het onderzoek. Trek op deze dag kleding aan, die gemakkelijk zit. Vermijd strakke, knellende kleding, zoals een nauwsluitende blouse of jurk. Op uw borst worden met plakkers electroden worden bevestigd. De electroden vangen de signalen van uw hart op en zenden die via draden naar het opnametoestelletje, die aan uw middel bevestigd wordt met een riem. Zou u knellende kleding dragen dan kunnen de plakkers loslaten. De registratie van de werking van uw hart is dan verstoord.
Het dagboek. Er wordt u gevraagd een dagboek bij te houden gedurende 24 uur. U noteert daarin wat u zoal doet en voelt. Vermeld ook altijd het tijdstip. Voorbeeld: 09.00 tot 09.15 uur, koffie gedronken, hartkloppingen. Als u medicijnen gebruikt, noteer dan het tijdstip van inname. Als u klachten heeft, vermeld die dan samen met het tijdstip in het dagboek (o.a. hartkloppingen, brandend gevoel in linkerarm, pijn in de borst, duizelig, zenuwachtig, benauwd).
Signaal-toets. Op het toestel is een knopje bevestigd. Hierop kunt u kort drukken als u een duidelijke klacht voelt. Noteert u in het dagboek de tijd, de klacht en vermeld dat u op de knop geduwd heeft. De arts kan dan precies zien hoe uw hart op dat moment werkt. U zelf merkt er niets van als u op de knop duwt.
24 uur later. De plakkers worden van uw borst verwijderd en het toestel wordt losgemaakt. De informatie die op de digitale recorder staat wordt voor de arts op papier gezet. De arts kan dan zien hoe uw hart in de 24 uur gewerkt heeft.
Voorkom dat de recorder nat wordt. Neem geen bad of douche. Ga niet zwemmen. De recorder kan hierdoor beschadigd worden.
Maak de recorder niet open. Trek niet aan de electroden of de draden van de electroden.
Slaap niet onder of op een electrisch deken, die aan staat. Van te voren opwarmen mag. Schakel uw electrisch deken uit als naar bed gaat.
Pas uw activiteiten niet aan. Doe die dag wat u anders ook zou doen.
resultaten
De uitslag van het onderzoek is niet meteen bekend. Het geheugen wordt op papier uitgeschreven. De uitslag krijgt u na enige tijd op het spreekuur te horen of wordt aan uw huisarts gestuurd. Mochten er gevaarlijke ritmestoornissen worden vastgesteld dan wordt er natuurlijk direct actie ondernomen.
terug naar overzicht


24 uur bloeddrukmeting
doel van het onderzoek
Als uw arts wil onderzoeken hoe het verloop van uw bloeddruk is over langere tijd, kan hij een 24-uurs bloeddrukmeting laten doen. U krijgt een dag en een nacht lang een bloeddrukband om uw bovenarm, die 24 uur moet blijven zitten. Overdag meet een apparaatje ter grootte van een walkman elke twintig minuten uw bloeddruk, ’s nachts gebeurt dat om het uur.
het onderzoek
U krijgt een bloeddrukmeterband om zoals u die kent van uw normale bloeddrukmetingen.
Overdag meet een apparaatje ter grootte van een walkman elke twintig minuten uw bloeddruk, ’s nachts gebeurt dat om het uur.
Vijf seconden voor elke meting hoort u twee piepjes. Dat geeft u de tijd om rustig te gaan zitten. Na elke meting piept het apparaat een keer. Als de meting niet goed gelukt is, probeert het apparaat het zelfstandig nog een keer. De manchet op uw bovenarm pompt zich vrij stevig op, het is dus niet vreemd als u tintelingen in uw vingers voelt. Als de meting verricht is, neemt de druk weer af.
Sommige mensen slapen er geen minuut minder om, anderen kunnen van het oppompen van de band geen oog dicht doen. Als de klittenbandstrip rond uw bovenarm los gaat zitten, kunt u hem zelf verstellen. Tijdens het onderzoek mag u niet douchen.
Tijdens de 24-uurs opname van uw bloeddruk moet een geel dagboekje bijhouden. Daarin dient u globaal op te schrijven wat u zoal doet. U dient uw klachten te noteren (pijn op de borst, duizeligheid, hartkloppingen of gevoelens van onbehagen). Ook inspanningen die u energie kosten en als u ’s avonds naar bed gaat of uw middagslaapje doet moet u noteren.
De uitslag krijgt u niet meteen. De uitslag wordt door uw eigen cardioloog gegeven.
terug naar overzicht


TILT-test - Kanteltafeltest
doel van het onderzoek
Flauwvallen wordt veroorzaakt door problemen in de bloeddrukregeling. De bloeddruk gaat omlaag omdat je bloedvaten wijd open gaan staan en je hart langzamer gaat kloppen. Bij het flauwvallen zijn deze beide factoren betrokken, maar bij de ene patiënt wordt het meer veroorzaakt door de bloedvaten en bij de andere meer door het hartritme.
Flauwvallen kan gezien worden als een beschermingsmechanisme van het lichaam. Doordat de bloeddruk daalt en de aderen verwijden, zakt het bloed naar de benen. Daardoor is er te weinig bloed en dus zuurstof bij de hersenen. Dat veroorzaakt een kort bewustzijnsverlies. De zwaartekracht zorgt er voor dat je op de grond valt, zodat het hoofd en het hart op dezelfde hoogte komen te liggen. Het hart hoeft dan minder hard te pompen om weer voldoende bloed bij de hersenen te krijgen. Zodra het zuurstofniveau in de hersenen weer voldoende is, kom je weer bij.
het onderzoek
In dit onderzoek wordt de samenwerking getest tussen de hersenen en het hart, waarbij proefpersonen op een tafel worden geplaatst die voor 35 tot 60 minuten in een hoek van 60 graden gekanteld wordt. De arts onderzoekt dan aan de hand van een ECG (elektrocardiogram, hartfilmpje), de bloeddruk en klachten van de patiënt, of de samenwerking tussen hart en hersenen goed is. Indien dit niet het geval is, kan de arts medicijnen voorschrijven of in enkele gevallen een behandeling met een pacemaker.
terug naar overzicht


Rechter hartcatheterisatie / Coronarografie
doel van het onderzoek
Bij dit onderzoek brengt men de kransslagaders van het hart in beeld om te zien of zich hierin vernauwingen en / of afsluitingen bevinden en wordt de pompfunctie van het hart gemeten.
duur
Hartkatheterisatie is een onderzoek, dat kan plaatsvinden op de dagbehandeling of tijdens een opname in het ziekenhuis van één of twee dagen. Het onderzoek vindt plaats in het cathlabcentrum van het ziekenhuis AZ St-Jan in Brugge. Het onderzoek duurt 1 à 1½ uur, maar kan soms uitlopen.
voorbereiding
Op de dag voor het onderzoek worden er (eventueel nog) enkele onderzoeken gedaan, waaronder een ECG, röntgenfoto en bloedonderzoek .
Op de dag van het onderzoek mag u enkele uren voorafgaand aan het onderzoek niets meer eten of drinken. Vlak voor het onderzoek krijgt u een rustgevend middel aangeboden.
het onderzoek
Het onderzoek zelf is pijnloos. Onder plaatselijke verdoving wordt een dun buigzaam slangetje via bloedvaten in de lies of anders via de elleboogplooi of de pols naar de kransslagaders van het hart geschoven. Via die katheter wordt er contrastvloeistof ingespoten. Met name bij de eerste film geeft dit een warm gevoel over het hele lichaam en soms ook aandrang tot urineren, die na korte tijd verdwijnt. Op een röntgenfilm wordt door de contrastvloeistof zichtbaar waar zich in de kransslagaders vernauwingen bevinden en hoe de pompfunctie van het hart is. Daarom zal tijdens het filmen regelmatig gevraagd worden om 'in te ademen en de adem even vast te houden'. De afbeeldingen worden op film, video of cd vastgelegd.
na het onderzoek
Als de arts tevreden is met de beelden wordt het slangetje weer verwijderd. De gaatjes in de bloedvaten worden 30 minuten dicht gedrukt. Dit gebeurt met de hand of met een drukapparaat. Daarna moet u twee uur rustig op uw rug blijven liggen met een drukverband op de plaats waar het slangetje werd ingebracht. Afhankelijk van de dikte van het slangetje kan dit langer zijn en variëren van 24 tot 6 uur. Vervolgens nog één tot twee uur zonder drukverband en daarna mag u weer uit bed. U mag direct na het onderzoek weer eten en drinken.
uitslag
Deze ontvangt u van uw cardioloog tijdens de zaalronde of het volgende polikliniekbezoek.
terug naar overzicht


Electrische regularisatie van ritmestoornissen - Cardioversie
Wat is cardioversie?
Cardioversie is een behandeling voor hartritmestoornissen. Tijdens de cardioversie gebruikt uw dokter een apparaat om een electrische impuls door de hartspier te geleiden en zo het normale hartritme te herstellen. Cardioversie kan gebruikt worden voor verschillende soorten ritmestoornissen. Meestal wordt het echter toegepast bij voorkamerfibrillatie of bij voorkamerflutter.
voorkamerfibrillatie kan allerlei klachten veroorzaken zoals hartkloppingen, duizeligheid of kortademigheid. Indien onbehandeld kan de ritmestoornis problemen geven, in zeldzame gevallen soms zelfs van ernstige aard zoals een beroerte of stoornissen in de pompfunktie van het hart. Cardioversie is nodig om het normale hartritme te herstellen en het hart weer normaal te laten pompen.
De kans op succes is moeilijk te voorspellen en wisselt erg van persoon tot persoon. De kans is het grootst wanneer de ritmestoornis nog maar kort bestaat (enkele weken tot maanden), als de patiënt jong is en wanneer er geen bijkomende hartproblemen zijn.
Meestal zijn er geen andere mogelijkheden om voorkamerfibrillatie te behandelen dan een electrische cardioversie. Alleen wanneer de stoornis nog maar kort bestaat (enkele uren tot dagen) lukt het vaak om met medicijnen weer een normaal ritme te krijgen. Een alternatief kan wel zijn om de ritmestoornis te accepteren. Dit betekent meestal wel het levenslang gebruik van bloedverdunnende medicijnen en vaak ook medicijnen om de hartfrequentie rustig te houden.
Wat is het risico?
De ingreep vindt plaats onder narcose waarbij u circa 10 minuten slaapt. Uiteraard heeft elke narcose een (klein) risico. Wanneer cardioversie wordt uitgevoerd zonder bloedverdunners is de kans op een beroerte 1 tot 3%. Daarom wordt u minstens vier weken voorbehandeld met een bloedverdunnend middel.
Moet ik medicijnen innemen?
U dient al uw medicijnen in te nemen zoals voorgeschreven.
Mag ik eten?
Een lege maag is noodzakelijk voor de behandeling. Daarom kunt u 's morgens een licht ontbijt gebruiken maar daarna (na 9 uur) niets meer eten of drinken.
Hoe gebeurt de procedure?
U wordt aangesloten aan de monitor en in de arm wordt een infuusnaaldje ingebracht. Hierdoor kunnen medicijnen worden toegediend. Ook krijgt u om uw arm een manchet van de bloeddrukmeter. Deze zal af en toe automatisch oppompen en zo uw bloeddruk meten. Na enige tijd komt de anaesthesist,hij geeft u een slaapmiddel via het reeds ingebrachte naaldje. Binnen 30 seconden valt u in slaap. De behandeling vindt dan plaats zonder dat u er iets van merkt. Na 5 à 10 minuten wordt u weer wakker. Meestal heeft de narcose geen vervelende nawerking. U hoort dan van de arts of de verpleegkundige of de behandeling succesvol was.
Wanneer terug naar huis?
Het nieuwe hartritme wordt 24 uur geobserveerd onder continue monitoring. Wanneer er zich geen problemen voordoen mag u 24 uur na de cardioversie terug naar huis.
terug naar overzicht


Pacemaker therapie
Een pacemaker is een klein toestel dat men onder de huid inplant en dat op bepaalde momenten elektrische signalen kan geven aan de hartspier. Hij bestaat uit een geminiaturiseerd elektronisch circuit en een compacte batterij, en heeft een titanium omhulsel. Er bestaan zowel pacemakers die met één hartkamer verbonden zijn, als tweekamer pacemakers.
De pacemaker is door middel van fijne draadjes (leads) verbonden met de rechter hartkamer en/of de rechter voorkamer. De fijne elektrische draadjes zijn omgeven door isolatiemateriaal. Via de draadjes voelt de pacemaker de elektrische activiteit in het hart en kan hij indien nodig het hartspierweefsel gaan stimuleren. De leads kunnen kleine vleugeltjes hebben zodat ze ergens achter blijven haken of met een klein schroefje vastzitten in de wand (meestal van de rechter voorkamer).
Wanneer plant men een pacemaker in?
Een pacemaker is noodzakelijk bij belangrijke geleidingsstoornissen in het hart die leiden tot een onvoldoende pompwerking van de hartspier. Dit kan soms aanleiding geven tot duizeligheid en flauwvallen met bewustzijnsverlies. In sommige gevallen is een pacemaker nodig omdat de patiënt vertragende medicatie moet krijgen om periodes van snelle hartslag te vermijden. Door deze medicatie ontwikkelt de patiënt een trage hartslag die dan weer kan leiden tot duizeligheid en syncope.
Hoe wordt een pacemaker geïmplanteerd?
Bij implantatie van een pacemaker moet u volledig nuchter zijn gedurende 6 uur. De procedure gebeurt enkel met een lokale verdoving. De implantatie vindt meestal plaats aan de rechterzijde van het lichaam, al zijn hierop uitzonderingen mogelijk.
De arts maakt net onder het buitenste derde van het sleutelbeen een korte insnede van een drietal centimeter. Nadien wordt een klein bloedvaatje opgezocht en worden de beide verbindingsdraadjes (leads) doorheen het bloedvaatje in de rechter hartkamer en voorkamer aangebracht. Soms is dat kleine bloedvat niet aanwezig en wordt de grote venen onder het sleutelbeen aangeprikt. De positie van de leads wordt gecontroleerd met radioscopie (X-stralen). Vervolgens test men de functie en de positie van alle leads en doet men eventueel de noodzakelijke aanpassingen.
Vervolgens maakt de arts onder de huid en de oppervlakkige vetlaag een holte vrij voor de pacemaker. Alles wordt grondig ontsmet. De huid wordt gesloten met verschillende lagen draad.
Controle en opvolging na implantatie
Afhankelijk van het type draad van de bovenste laag moet u eventueel een tiental dagen na de implantatie uw huisarts contacteren voor het verwijderen van de hechtingen. De eerste 24 uur na plaatsing houdt u uw arm best in een draagdoek tegen het lichaam om het losraken van de pas geplaatste leads of een verplaatsing van de pacemaker te vermijden. 48 uur na implantatie maakt men een controlefoto om de positie van de leads te controleren en de pacemakerfunctie voor een eerste keer te controleren. De eerste weken mogen met de arm aan de zijde van de pacemaker geen zware lasten worden getilt en mag die arm niet boven het hoofd worden gehouden (om bijvoorbeeld het haar te kammen!).
De eerste controle gebeurt reeds tijdens de hospitalisatieperiode waarin de pacemaker werd geplaatst. Eén maand later volgt een tweede controle. Dit is noodzakelijk omdat de gevoeligheid van het toestel nog kan veranderen door een mogelijke ontstekingsreactie tussen de lead en de wand.
Nadien is een zesmaandelijkse controle noodzakelijk. De controle gebeurt met een speciale computer of programmer. Via dit uitleestoestel doet de arts doorheen de huid een controle van de verschillende instellingen van de pacemaker, van de levensduur van de batterij en van de status van de leads. Deze controle is pijnloos. Eventueel kan langs deze weg de pacemaker ook een herprogrammatie krijgen.
Een pacemaker gaat gemiddeld 6 tot 10 jaar mee, nadien wordt het apparaatje vervangen op dezelfde manier als bij een implantatie, alleen blijven de leads meestal ter plaatse, afhankelijk van de testresultaten.
terug naar overzicht