background header
> zorgverstrekker  >  diensten  >  detail

ZE Inwendige


Welkom op de zorgeenheid inwendige. Binnen onze zorgeenheid zijn er 3 deelgebieden:

  • cardiologie – hartbewaking – stroke unit (Knokke)
    hoofdverpleegkundige dhr. Marino De Deyne – T +32 50 63 33 49 
  • algemene inwendige Knokke
    hoofdverpleegkundige: mevr. Jessica Parmentier - T +32 50 63 33 99
  • algemene inwendige Blankenberge
    hoofdverpleegkundige mevr. Ann Ketels – T +32 50 43 41 99

 

cardiologie – hartbewaking – stroke unit (Knokke)  

Op de afdeling cardiologie worden patiënten opgenomen met problemen aan hart- en bloedvaten. Een enthousiast team van verpleegkundigen staat klaar om samen met de cardiologen dr. Verstraete, dr. Willems, dr. De Vlieghere en dr. Grijalba patiënten op te vangen met problemen zoals:

angina pectoris, hartinfarct, hartritmestoornissen, hartklepafwijkingen, hartfalen, hartspierziekten,…
 
Via tal van onderzoeken en technieken probeert men een juiste diagnose te stellen om daarna een correcte en effectieve behandeling te kunnen opstarten. Patiënten staan continu onder toezicht via een draadloos monitoringsysteem zodat de verpleegkundigen nauwgezet het hartritme, de bloeddruk en de zuurstofsaturatie kunnen observeren.
 
Andere gebruikte technieken en procedures zijn:

 

Naast diagnosestelling en behandeling staat de afdeling ook klaar voor preventie van hart- en bloedvaatziekten.

Via cardiale revalidatiekrijgt de patiënt, onder leiding van de cardioloog, inzicht in de belangrijkste risicofactoren zoals roken, diabetes, hypercholesterolemie, obesitas, hoge bloeddruk, stress,… Dit team beschikt over een sociaal verpleegkundige, een diëtist, een kinesist en een psycholoog die de patiënt begeleiden tijdens de hospitalisatie en daarna. Door gezondheidsvoorlichting en een individueel oefenschema helpt men de patiënt aan een betere conditie met het oog op een gezonde toekomst. 

Stroke Unit
De Stroke Unit zorgt voor een multidisciplinaire aanpak van beroertezorg. Dit veronderstelt dat de patiënten na een beroerte gedurende de eerste 10 dagen worden opgevangen door een team van verpleegkundigen, logopedisten, kinesisten, ergotherapeuten, een sociaal verpleegkundige, een psycholoog, een cardioloog, een neuroloog en een revalidatie arts. Dit team zorgt voor een vroegtijdige diagnose, adequate behandeling en revalidatie op niveau van de patiënt.
 
algemene inwendige (Knokke + Blankenberge)
Op de zorgeenheid inwendige is individueel aangepaste zorg essentieel. Er wordt naar de oorzaak van het probleem gepeild, rekening houdend met psychosociale factoren. Tegelijk hebben we ook aandacht voor de fysieke toestand die ten gevolge van een chronisch lijden of multipele pathologie complexe klachten kan geven. Zelfzorg bij de patiënten wordt steeds gestimuleerd.
 
meest voorkomende pathologieën:
  • gastro-enterologie: slokdarmbloedingen –en vernauwingen, maagbloeding, maagkanker, maagulcus, diarree, colitis ulcerosa, ziekte van Crohn, darmkanker, diabetes, pancreatitis, pancreascarcinoom, cholecystitis, galstenen, levercirrose, leverkanker…
    Tevens ook de onderzoeken hieraan gerelateerd: ERCP, colonscopie, gastroscopie,…
  • pneumologie: COPD, CARA, pneumonie, pneumothorax, longcarcinoom, longkanker,…
  • neurologie: CVA, meningitis, subduraal hematoom, hersenbloeding,…
  • reumatologie: reumatoïde artritis, discus hernia, arthrose,…

 


 
technieken en procedures

 

Electrocardiografie - ECG

Een elektrocardiogram, ook wel ECG of hartfilmpje genoemd, is een onderzoek dat de elektrische activiteit van uw hart meet. Een ECG geeft een eerste aanwijzing of er iets aan de hand is met uw hart. Het ECG leert de hartspecialist meer over hartritmestoornissen, zuurstofgebrek van de hartspier, een acuut hartinfarct, een eerder doorgemaakt hartinfarct en/of een vergroot hart. Bij een afwijkend ECG is vaak een vervolgonderzoek nodig om een definitieve diagnose te kunnen stellen.

Het onderzoek vergt weinig voorbereiding en duurt slechts enkele minuten.
Uw bovenlichaam wordt vrijgemaakt, gereinigd en eventueel plaatselijk geschoren. Op de borst, armen en benen worden 10 electroden geplaatst die verbonden zijn met het toestel dat de elektrische stroompjes die de hartspiercellen laten samentrekken, registreren.
terug naar overzicht


Trans ThoracaleEchocardiografie

Een echocardiografie brengt het hart (de hartspier, de hartkleppen en de grote bloedvaten) in beeld met behulp van ultrasone geluidsgolven. Met een echocardiografie worden de volgende elementen bestudeerd:

  • Functie, vorm en grootte van de hartkamers
  • Dikte, uitzicht en werking van de hartspier
  • Vorm en werking van de hartkleppen
  • Opsporing van eventueel vocht in het hartzakje en vocht op de longen
  • Opsporing van hartklonters en klepontstekingen

De transthoracale echocardiografie is het basis echocardiografie-onderzoek doorheen de borstkaswand.

Het onderzoek vergt weinig voorbereiding en duurt ongeveer 15 minuten
De arts wrijft met een geleidende gel over het bovenlichaam, ter hoogte van het hart. Met een soort pen stuurt hij geluidsgolven door naar uw hart. Die golven kaatsen terug en worden door het Dopplerapparaat omgezet in geluid en beeld.

terug naar overzicht


Slokdarm echocardiografie – TEE

Via een endoscoop wordt een flexibel buisje in uw slokdarm ingebracht. Omdat de slokdarm langs het hart loopt, krijgt de arts op die manier een beter beeld van het hart dan bij een andere echocardiografie.

Met een transoesofagale echocardiografie (ook wel slokdarmechografie genoemd) kunnen dieper liggende structuren van het hart in beeld worden gebracht, die niet zichtbaar zijn via een uitwendige echografie.

Als voorbereiding voor het onderzoek moet u nuchter zijn en dus niets gegeten of gedronken hebben in de vier tot zes uur voorafgaand aan het onderzoek.

U krijgt een plaatselijke verdoving van uw keel via een spray of drankje. Als u bang bent voor het onderzoek, kunt u vragen naar een kalmeringsmiddel. Tijdens het onderzoek kunt u normaal door uw neus en mond ademen. Via de keel wordt een slangetje met de dikte van ongeveer een pink ingebracht. Het inbrengen zelf is niet pijnlijk, maar u kunt er even misselijk van worden. Aan het slangetje zit een zendertje dat uw hart in beeld brengt.
Een slokdarmechocardiografie duurt ongeveer 20 minuten.

Na het onderzoek kunt u het best een half uur wachten vooraleer iets te eten of drinken totdat de verdoving is uitgewerkt. Anders loopt u de kans dat u zich verslikt. Als u een kalmeringsmiddel heeft genomen, mag u na afloop niet autorijden en kunt u zich het beste naar huis laten brengen.
Het onderzoek bezorgt u een onprettig gevoel, maar veroorzaakt geen grote pijn.

terug naar overzicht


Cyclo-ergometrie

Bij een inspanningsonderzoek of fietsproef fietst u op een hometrainer, terwijl de arts continu een elektrocardiogram (ECG) van uw hart maakt. Tijdens het onderzoek ziet uw arts:  

  • wat uw hartritme is tijdens inspanning
  • wat uw bloeddruk is tijdens inspanning
  • eventuele afwijkingen op het hartfilmpje (ECG) 
  • of er zuurstoftekort is in uw hartspier bij inspanning

Ter voorbereiding van het onderzoek let u er best op dat u best geen zware maaltijd neemt. Breng losse kledij en sportieve schoenen mee.

Tijdens het onderzoek neemt u plaats op de hometrainer.

Op uw lichaam worden elektroden aangebracht en er wordt dan een eerste elektrocardiogram gemaakt.
Daarna moet u voor een bepaalde tijd fietsen.
Langzaam aan drijft de arts de inspanning op, tot wanneer uw hart de maximale frequentie heeft bereikt of tot u zelf aangeeft te willen stoppen. Het onderzoek duurt ongeveer een half uur, inclusief voorbereiding.

De arts maakt intussen een elektrocardiogram van uw hart, zodat hij beide cardiogrammen kan vergelijken.

terug naar overzicht


Myocardscintigrafie – MIBI

Bij een hartscintigrafie (MIBI-scan of SPECT) wordt de doorbloeding van uw hartspier onderzocht door middel van een isotoop. De werking van het hart wordt zowel in rust en bij een inspanning onderzocht.

Een isotoop is een radioactief deeltje dat onzichtbare straling uitzendt. De isotopen voor het hartonderzoek worden vooral door het hart opgenomen. Zodra ze bij het hart zijn, zenden de isotopen straling uit naar de omgeving.

Een gammacamera vangt de zwakke (gamma)straling op en een computer zet de opgevangen straling om in beeld. De gezonde delen van het hart nemen meer isotopen op en geven dus meer straling af dan een beschadigd deel van het hart. Een beschadiging ontstaat bijvoorbeeld door een hartinfarct.
Na korte tijd verliest de isotoop zijn werking en verlaat het lichaam via de urine.

De radioactieve straling bij hartonderzoeken is beperkt. Er zijn voor zover bekend geen risico's verbonden aan deze straling. De risico's voor een ongeboren kindje zijn niet bekend. Daarom wordt dit onderzoek meestal niet bij zwangere vrouwen gedaan. Vrouwen mogen na het onderzoek 24 uur geen borstvoeding geven.

Het onderzoek wordt gespreid over twee momenten:

1. Het onderzoek waarbij het hart in rust wordt gemeten.
Als voorbereiding voor het onderzoek moet u nuchter zijn en dus niets gegeten of gedronken hebben in de vier tot zes uur voorafgaand aan het onderzoek.
U krijgt een kleine hoeveelheid radioactieve stof en kort nadien worden de eerste beelden gemaakt onder de camera.
Nadien mag u terug alles eten en drinken met uitzondering van koffie, thee en chocolade

2. Het onderzoek waarbij u een inspanning moet leveren
Bij het tweede deel van het onderzoek moet u een inspanning leveren (fietstest op hometrainer) en probeert de arts zuurstoftekort uit te lokken. Halverwege of na de test krijgt u de radioactieve stof toegediend. Even later wordt een tweede reeks beelden gemaakt onder de camera.
Het onderzoek duurt om en bij 2 uur.
Uit de vergelijking van die twee series opnamen (in rust en bij inspanning) kan men precies zeggen welk deel van de hartspier tijdens de inspanning te weinig bloed krijgt en of u ooit een hartinfarct hebt gehad.

terug naar overzicht


Isotopen ventriculografie - MUGA

Bij dit onderzoek wordt de pompfunctie van het hart (ejectiefractie) in rust gemeten door middel van een isotoop. Via een injectie in de arm wordt geringe hoeveelheid radioactieve stof toegediend. Daarna komt u onder de gammacamera te liggen en wordt een soort hartfilmpje gemaakt.

Na korte tijd verliest de isotoop zijn werking en verlaat het lichaam via de urine.

De radioactieve straling bij hartonderzoeken is beperkt. Er zijn voor zover bekend geen risico's verbonden aan deze straling. De risico's voor een ongeboren kindje zijn niet bekend. Daarom wordt dit onderzoek meestal niet bij zwangere vrouwen gedaan. Vrouwen mogen na het onderzoek 24 uur geen borstvoeding geven.

Het onderzoek vergt weinig voorbereiding en duurt 45 minuten.
 

terug naar overzicht


Holter monitoring

Met een holterregistratie spoort de cardioloog hartritmestoornissen op. Een Holterregistratie is een uitgebreid elektrocardiogram. Gedurende 24 of 48 uur wordt de elektrische activiteit van uw hart gemeten aan de hand van elektroden, verbonden met een draagbare recorder. De cardioloog krijgt daardoor een goed beeld van uw hartritme over een langere periode. Hij beoordeelt met dit onderzoek of u een hartritmestoornis heeft, of uw medicijnen voor een ritmestoornis 'aanslaan' en/of er zich perioden voordoen waarin het hart te weinig zuurstof heeft.

Als voorbereiding voor het onderzoek wordt u aangeraden om loszittende kledij te dragen wanneer u voor dit onderzoek naar het ziekenhuis komt.

Het bovenlichaam wordt vrijgemaakt, gereinigd en eventueel plaatselijk geschoren. Er worden elektronische kabels op uw lichaam bevestigd die verbonden zijn met het toestel, de holter.

Tijdens het onderzoek moet u zo veel mogelijk de activiteiten doen die u normaal zou doen. U gaat naar uw werk, naar school of doet het huishouden. De recorder moet steeds aangesloten blijven, ook s 'nachts.

In een speciaal dagboek moet u precies beschrijven wat u precies heeft gedaan en wanneer.

Door op een toets van de recorder te drukken, geeft u eventueel ook aan wanneer u hinder van het hart ondervindt. In het dagboek noteert u dan wat de klachten precies waren.

De holterregistratie is een risicoloos en pijnloos onderzoek.

Na afloop van het onderzoek kunt u de recorder zelf afkoppelen. Dit is eenvoudig. De hartfunctielaborant vertelt u hoe dit moet wanneer u de recorder meekrijgt. U levert de recorder terug in volgens afspraak. Na analyse worden de resultaten van het onderzoek met de cardioloog besproken.

terug naar overzicht


24-uur bloeddrukmeting

Als uw arts wil onderzoeken hoe het verloop van uw bloeddruk is over langere tijd, kan hij een 24-uurs bloeddrukmeting laten doen. U krijgt een dag en een nacht lang een bloeddrukband om uw bovenarm, die 24 uur moet blijven zitten. Overdag meet een apparaatje ter grootte van een walkman elke twintig minuten uw bloeddruk, ’s nachts gebeurt dat om het uur. Voor elke meting hoort u enkele pieptoontjes. Dat geeft u de tijd om rustig te gaan zitten. Na elke meting piept het apparaat een keer. Als de meting niet goed gelukt is, probeert het apparaat het zelfstandig nog een keer. De manchet op uw bovenarm pompt zich vrij stevig op, het is dus niet vreemd als u tintelingen in uw vingers voelt. Als de meting verricht is, neemt de druk weer af.
De 24-uurs bloeddrukmeting is een risicoloos en pijnloos onderzoek.

Na afloop van het onderzoek kunt u de recorder zelf afkoppelen. Dit is eenvoudig. De hartfunctielaborant vertelt u hoe dit moet wanneer u de recorder meekrijgt. U levert de recorder terug in volgens afspraak. Na analyse worden de resultaten van het onderzoek met de cardioloog besproken.

terug naar overzicht


Tilting-test - Kanteltafeltest

Bij een kanteltafelonderzoek (in het Engels: tilting test) wordt de samenwerking tussen de hersenen en het hart onderzocht, en wordt de regulatie van de bloedsomloop getest wanneer u van houding verandert.

Ter voorbereiding van het onderzoek mag u 4 uur voor het onderzoek niet meer eten, drinken of roken.

U wordt vastgemaakt aan de onderzoekstafel en er worden verschillende zaken op uw lichaam aangebracht:

  • een bloeddrukmeter om de rechterarm
  • een bloeddrukmeter om uw linker middelvinger
  • elektroden aan het bovenlichaam

Tijdens het onderzoek gaat u op een onderzoekstafel liggen, waarbij hartslag, bloeddruk en ademhaling wordt gemeten. De tafel wordt tijdens het onderzoek langzaam gekanteld, waarbij dezelfde factoren continu worden gemeten.

Het onderzoek duurt ongeveer 45 minuten.

Afhankelijk van de resultaten mag u na het onderzoek meteen naar huis of moet u enkele uren ter observatie in het ziekenhuis blijven.
In beide gevallen mag u niet zelf met de auto rijden.

terug naar overzicht


Rechter hartcatheterisatie/Coronarografie

Bij een hartkatheterisatie wordt via de slagader in uw lies of uw pols een katheter tot bij het hart aangebracht. Een katheter is een dun buigzaam slangetje of buisje.  Met een hartkatheterisatie kunnen de hartfunctie en de bloedvaten rond uw hart goed bestudeerd worden.

Een hartkatheterisatie wordt meestal uitgevoerd om te onderzoeken of u vernauwingen in de kransslagaders van het hart hebt.  
U hebt klachten van pijn op de borst of u hebt een hartinfarct gehad en uw arts wil onderzoeken waar deze vandaan komen en wat de ernst van uw aandoening is. Men spreekt in dit geval ook van coronarografie of coronaire angiografie.

Ook bij andere hartaandoeningen wordt onderzoek via een hartkatheter uitgevoerd, bijvoorbeeld om een goed beeld te krijgen van:

  • de pompfunctie van het hart
  • de werking van de hartkleppen

Ter voorbereiding van het onderzoek moet u nuchter zijn wat inhoudt dat u vanaf vier uur voorafgaand aan het onderzoek niet meer mag eten of drinken. Mocht u allergisch zijn voor contrastvloeistof, jodium of pleisters, meld dit aan de arts !
Het onderzoek gaat door het cathlabcentrum van het ziekenhuis AZ St-Jan in Brugge.

De hartcatheterisatie gebeurt onder plaatselijke verdoving. In overleg met de behandelende arts kan het onderzoek ook onder volledige verdoving plaatsvinden.

Op uw borst worden elektroden vastgemaakt.
Via de slagader van uw lies of pols wordt een katheter aangebracht en tot in het hart geschoven.
De arts spuit contrastvloeistof in om uw kransslagaders en uw hart goed  te kunnen te bekijken. 

De contrastvloeistof zorgt soms voor een onaangenaam of kriebelend gevoel, een kortdurend warm gevoel in heel uw lichaam bij het inspuiten, het gevoel dat u moet plassen, misselijkheid.

Het komt voor dat u tijdens het onderzoek pijn op de borst krijgt. Geef dit direct aan. U krijgt dan een medicijn om uw bloedvaten te verwijden.

Indien u enkel plaatselijk bent verdoofd, moet u tijdens het onderzoek zo stil mogelijk blijven liggen.

Na afloop van het onderzoek met katheterisatie via de lies drukt de verpleegkundige het prikgat stevig dicht. Daarna krijgt u een drukverband dat enkele uren moet blijven zitten. De arts kan ook een soort afdichtingsdopje gebruiken dat vanzelf oplost. U blijft daarna enkele uren op uw rug in bed liggen. U krijgt het advies om veel te drinken opdat u gemakkelijker de resten van de contrastvloeistof zou uitplassen. Als de katheterisatie via de pols is uitgevoerd, hoeft u geen bedrust te houden. U krijgt een drukverband om de pols.

Hoe lang u na het onderzoek in het ziekenhuis moet blijven, hangt af van de manier waarop het onderzoek heeft plaatsgevonden. Mogelijk gebeurt dit via daghospitalisatie, of moet u een nacht in het ziekenhuis verblijven.

U mag niet zelf naar huis rijden.
Thuis mag u in de eerste dagen na het onderzoek geen bad nemen, wel een douche. U mag dan ook geen grote gewichten heffen of zware fysieke inspanningen leveren.

De hartkatherisatie laat de arts toe na te gaan of u al dan niet vernauwingen in uw kransslagaders hebt.  
Het lijkt logisch om vernauwingen direct op te heffen, nadat ze in beeld gebracht zijn via hartkatheterisatie. Dit gebeurt vrijwel alleen bij een acuut hartinfarct.

In de meeste gevallen zit er enige tijd tussen het onderzoek en de behandeling. De arts bekijkt na afloop van het onderzoek de beelden van de hartkatheterisatie en bepaalt wat voor u de beste behandeling is. 
Soms is een dotter- en stentbehandeling nodig. Het is ook mogelijk dat een bypassoperatie (een overbrugging) voor u de beste optie is, of enkel een behandeling met medicijnen.

Naast de kransslagaders beoordeelt de arts tijdens het onderzoek ook de pompfunctie van uw hartkamers, de druk en de werking van de hartkleppen.

terug naar overzicht


Electrische regularisatie van ritmestoornissen - Cardioversie
Bij een cardioversie (DC shock) wordt met behulp van elektrische stroom geprobeerd om uw hart opnieuw regelmatig te laten kloppen. De kans op succes is moeilijk te voorspellen en wisselt erg van persoon tot persoon. De kans is het grootst wanneer de ritmestoornis nog maar kort bestaat (enkele weken tot maanden), als de patiënt jong is en wanneer er geen bijkomende hartproblemen zijn.
Ter voorbereiding mag u 4 uur voor het onderzoek niet meer eten, drinken of roken.

Uw cardioloog informeert u of, en zo ja welke medicijnen u voorafgaand aan de ingreep niet mag nemen.

De ingreep gebeurt onder volledige verdoving.
Op 2 plaatsen op uw borst wordt een klever aangebracht. De klevers beschermen uw huid tijdens de cardioversie.
Op de plaats waar de klevers zijn aangebracht, dient de cardioloog een of meerdere elektrische shock toe.

De eigenlijke cardioversie duurt minder dan 5 minuten, de totale duur van behandeling is om en bij 30 minuten.

Na de ingreep wordt uw hartritme aan de hand van een elektrocardiogram enkele uren opgevolgd.

Mogelijk heeft u last van de plaats waar de shock werd toegediend. De verpleegkundige smeert in dat geval een zalfje.

Enkele uren na de ingreep of de dag erna mag u naar huis.
U mag niet zelf met de auto rijden.
U wordt aangeraden om de eerste dagen na de ingreep te rusten.
De cardioloog brengt u op de hoogte welke medicijnen u moet nemen.

terug naar overzicht


Pacemaker therapie

Een pacemaker is een klein toestel dat men onder de huid inplant en dat op bepaalde momenten elektrische signalen kan geven aan de hartspier. De pacemaker is door middel van fijne draadjes (leads) verbonden met de rechter hartkamer en/of de rechter voorkamer. Via de draadjes voelt de pacemaker de elektrische activiteit in het hart en kan hij indien nodig het hartspierweefsel gaan stimuleren.

Een pacemaker is noodzakelijk bij belangrijke geleidingsstoornissen in het hart die leiden tot een onvoldoende pompwerking van de hartspier. Dit kan soms aanleiding geven tot duizeligheid en flauwvallen met bewustzijnsverlies. In sommige gevallen is een pacemaker nodig omdat de patiënt vertragende medicatie moet krijgen om periodes van snelle hartslag te vermijden. Door deze medicatie ontwikkelt de patiënt een trage hartslag die dan weer kan leiden tot duizeligheid en syncope.

Bij implantatie van een pacemaker moet u volledig nuchter zijn gedurende 6 uur. De procedure gebeurt enkel met een lokale verdoving. De implantatie vindt meestal plaats aan de rechterzijde van het lichaam, al zijn hierop uitzonderingen mogelijk.

De arts maakt net onder het buitenste derde van het sleutelbeen een korte insnede van een drietal centimeter. Nadien wordt een klein bloedvaatje opgezocht en worden de beide verbindingsdraadjes (leads) doorheen het bloedvaatje in de rechter hartkamer en voorkamer aangebracht. Vervolgens maakt de arts onder de huid en de oppervlakkige vetlaag een holte vrij voor de pacemaker. Alles wordt grondig ontsmet. De huid wordt gesloten met verschillende lagen draad.

Afhankelijk van het type draad van de bovenste laag moet u eventueel een tiental dagen na de implantatie uw huisarts contacteren voor het verwijderen van de hechtingen. De eerste weken mogen met de arm aan de zijde van de pacemaker geen zware lasten worden getild en mag die arm niet boven het hoofd worden gehouden (om bijvoorbeeld het haar te kammen!).

De eerste ambulante controle gebeurt reeds na één maand, nadien is een zesmaandelijkse controle noodzakelijk. De controle gebeurt met een speciale computer of programmer. Via dit uitleestoestel doet de arts doorheen de huid een controle van de verschillende instellingen van de pacemaker, van de levensduur van de batterij en van de status van de leads. Deze controle is pijnloos. Eventueel kan langs deze weg de pacemaker ook een herprogrammatie krijgen.

Een pacemaker gaat gemiddeld 6 tot 10 jaar mee, nadien wordt het apparaatje vervangen op dezelfde manier als bij een implantatie, alleen blijven de leads meestal ter plaatse, afhankelijk van de testresultaten.

terug naar overzicht