background header
> zorgverstrekker  >  diensten  >  detail

Operatiekwartier (+ anesthesie)


 

Welkom op het operatiekwartier van AZ Zeno. Zowel op onze campus in Knokke als op onze campus in Blankenberge beschikken we over operatiezalen waar tal van chirurgen dagelijks heelkundige ingrepen uitvoeren.   
 
team
Dhr. Marc Ketelers, hoofdverpleegkundige (T +32 50 63 39 10) werkt samen met een team van verpleegkundigen en medewerkers sterilisatie. De verpleegkundigen staan in voor zowel omloop als voor hulp bij anesthesie als voor assistentie en instrumentatie bij de ingrepen.
 
infrastructuur
OK Knokke:      5 zalen waaronder 3 steriele zalen + 1 septische zaal + 1 urologiezaal
Zaal 1 :             orthopedie
Zaal 2 :             algemene heelkunde + vaatheelkunde + urologie
Zaal 3 :             orthopedie + plastische + gynaecologie + maxillo + algemene heelkunde
Zaal 4 :             dermatologie + pijnkliniek + oftalmologie + ORL
                          (zaal 4 doet ook soms dienst als septische zaal)
Zaal 5 :             urologie
 
OK Blankenberge : 4 zalen
zaal1 :             orthopedie
zaal2 :             algemene heelkunde + vaatheelkunde + maxillo + gynaecologie
zaal3 :             plastische + urologie + orl + tandheelkunde + pijnkliniek
zaal4 :             oftalmologie
 
 
Beide campussen beschikken ook nog over:
recovery:           patiënten worden geobserveerd bij het ontwaken en men helpt er voor opdrachten
                          voor de pijnkliniek
sterilisatie:        hier zorgt men voor het reinigen, verpakken en steriliseren van het
                          instrumentarium.
 
 
Zowel materiaal als personeelsleden kunnen ingeschakeld worden op beide campussen, volgens noodzaak en conform de programmatie op de verschillende campussen.


anesthesie

 


 
1. Wat is anesthesie?
De term ‘anesthesie’ betekent letterlijk ‘niet voelen’. Het is een alomvattend begrip dat gehanteerd wordt voor zowel lokale, regionale als algemene verdoving. In de klinische praktijk gebruikt men locoregionale anesthesie waarbij een welbepaalde bezenuwing van het lichaam verdoofd wordt ofwel een algemene narcose waarbij men volledig in slaap wordt gebracht. De laatste jaren gebeurt het frequent dat men beide combineert zodat men de voordelen van beide vormen van anesthesie kan benutten (vooral naar postoperatieve pijn toe) zonder de potentiële nadelen.
Bij deze anesthesietechniek slaapt u volledig in na toediening van verschillende types medicatie via een infuusleiding in een ader ofwel door inademing van slaapverwekkende anesthesiegassen via een masker. Van vóór het begin van elke interventie worden alle belangrijke lichaamsfuncties gecontroleerd op een permanente wijze d.m.v. controle-apparatuur: hartfunctie, ademhaling en zuurstoftransport, bloeddruk, temperatuur, urineproduktie. Er wordt in functie van de soort ingreep en de lichamelijke conditie van de patiënt een aangepaste dosis toegediend van een pijnstillend middel (een morfine-derivaat), een slaapmiddel (hypnoticum) en een spierverslappend middel. Vaak wordt een buisje doorheen de stembanden in de luchtpijp aangebracht en verbonden met een beademingsapparaat zodat bij noodzakelijke spierontspanning in de operatiestreek de ademhaling en zuurstoftransport optimaal verzekerd worden. Het ontwaken grijpt plaats door alle slaapmedicatie te stoppen en u zuivere zuurstof te laten inademen; zonodig worden produkten toegediend die de werking van sommige gebruikte medicamenten opheffen. Meestal krijgt u reeds vóór het wakker worden pijnstilling toegediend. Na het ontwaken in de operatiezaal wordt u nog in de ontwaakkamer verder gevolgd . Hier wordt u verder wakker en controleert de verpleegkundige verder de bloeddruk, ademhaling, hartritme en worden ongewenste klachten behandeld: pijn, misselijkheid en braken, beven etc. Eenmaal alles veilig ontslaat de anesthesist u uit de ontwaakzaal en wordt u terug naar de afdeling overgebracht waar u d.m.v. uw belsignaal tijdens uw verder verblijf zonodig de verpleegkundige kunt roepen. Bij zware of langdurige ingrepen wordt u minstens 24 uur op intensieve zorgen geobserveerd en verzorgd. Een sedatie is een lichte vorm van algemene narcose, een roes. Deze wordt toegepast voor pijnlijke of vervelende onderzoeken en als lichte vorm van anesthesie bij een locoregionale verdoving. Ook bij sedatie gelden dezelfde controlemaatregelen en opvolging als bij een algemene anesthesie.
terug naar anesthesie

1.2. Locoregionale anesthesie
Bij locoregionale anesthesie wordt de geleiding in één of meerdere zenuwen geblokkeerd. Dit gebeurt door het inspuiten van een lokaal verdovingsmiddel rondom de betreffende zenuw(en). Deze techniek laat toe een gedeelte van het lichaam ongevoelig te maken voor pijn: borstkas, buik, arm, been. Er bestaan verschillende technieken die door uw anesthesist kunnen voorgesteld worden.
terug naar anesthesie
 
De anesthesie is een 5 jaar durende specialisatie die aansluit op de 7 jarige opleiding van geneeskunde. Daarbij worden alle domeinen van de anesthesie, reanimatie, intensieve zorgen, pijnbehandeling, prehospitaalzorgen doorlopen en beheerst. Soms wordt nog een extra specialisatiejaar toegevoegd ter verdere bekwaming in de intensieve of spoedgevallengeneeskunde. Het werkterrein van de anesthesist bestrijkt het operatiekwartier, de ontwaakzaal, de intensieve zorgen, pijnbehandeling, pre- en postoperatieve zorgen, palliatieve zorgen, materniteit, spoedgevallen, MUG en het geven van opleiding aan verpleegkundigen en ambulanciers.
terug naar anesthesie
 
Om u veilig doorheen de anesthesie en de ingreep te loodsen, dienen we een aantal gegevens betreffende uw gezondheid te kennen en worden deze in uw medisch dossier verzameld. De noodzakelijke onderzoeken (bloedafname, electrocardiogram, longfoto, longfunctieonderzoek, echocardiogram, …) hangen af van de patient en de ingreep en laten ons toe een risico-inschatting te maken en eventueel speciale maatregelen te treffen. Deze onderzoeken kunnen bij uw huisarts gebeuren ofwel worden in het ziekenhuis uitgevoerd.
Daarbij zal u ook een vragenlijst en een toestemmingsformulier overhandigd worden om zo volledig mogelijk uw gezondheidstoestand te kunnen inschatten.
Hierin wordt gevraagd naar vroegere anesthesiëen en eventuele problemen daarbij, allergie, rook- en drinkgewoonten, ingenomen of gespoten medicatie, andere aandoeningen waaraan u lijdt zoals ritmestoornissen, suikerziekte, nierproblemen, hoge bloeddruk, reuma, …
Op de avond voor de ingreep dienen al deze gegevens in ons bezit te zijn, worden ze bestudeerd en zult u het bezoek krijgen van de anesthesist die alles met u doorneemt en de meest geschikte vorm van anesthesie en pijnstilling met u afspreekt. U kunt hem/haar ook alle vragen in dit verband stellen.
Zowel bij een algemene als bij een locoregionale verdoving is het noodzakelijk om minstens 6 uur vóór de geplande ingreep niks meer te eten noch te drinken. Enkel uw voorbereidende medicatie mag u met een slok water innemen. Uw maag moet immers leeg zijn om misselijkheid en braken (met slikpneumonie) te voorkomen. Ook roken vóór de ingreep is verboden . Zuigelingen dienen hun laatste voeding 4 uur vóór de ingreep te krijgen.
Om angst voor de ingreep zoveel mogelijk te vermijden, kan u op de vooravond een slaapmiddel krijgen en een tijd vóór de ingreep een kalmerend middel. Soms mag u de thuismedicatie eveneens innemen. Hierbij mag u enkele slokjes water drinken.
Kleine kinderen krijgen een kalmerende oplossing in de aars toegediend. Grotere kinderen kunnen eveneens een tabletje innemen.
Bij de premedicatie wordt er eveneens op toegezien of alle juwelen, piercings en contactlenzen verwijderd werden. Het is beter om make-up en nagellak te vermijden.
Na het innemen van uw premedicatie gaat u best plassen waarna u het bed niet meer alleen verlaat. Er wordt gevraagd een eenvoudig te openen operatieschort aan te trekken.
  • Misselijkheid en braken: het voorkomen varieert sterk van persoon tot persoon maar wordt best vermeld aan de anesthesist en op de vragenlijst aangeduid. Enkele oorzakelijke factoren: angst, ingrepen op oog, middenoor of baarmoeder-hals, kijkoperaties in de buik, kinderen, niet nuchter zijn; ook de soort gebruikte anesthesiemedicatie speelt hierbij een rol. Thans beschikken we over krachtige medicatie om deze problemen op te lossen.
  • Allergie: gekende allergie moet steeds vermeld worden. Dit betreft allergie tegenover bepaalde antibiotica, pijnstillers, kleefpleisters, latex, ontsmettingsmiddelen en kleurstoffen, anesthesiemedicatie. Ook het voorkomen van astma en eczema of andere vormen van huiduitslag dienen vermeld te worden. uw huisarts is het best geplaatst om u hierover in te lichten.
  • Heesheid: onder algemene verdoving wordt vaak een ademhalingsbuisje tussen de stembanden in de luchtpijp aangebracht. Ondanks het aanbrengen van een glijmiddel kan u bij het ontwaken soms wat heesheid en keelpijn vaststellen. Deze verdwijnt spontaan binnen de 2 tot 3 dagen.
  • Duizeligheid en verstoord bewustzijn: de actuele anesthesiemedicatie heeft een korte en goed voorspelbare werkingsduur. Toch is het mogelijk dat u geruime tijd na de ingreep nog duizelig bent door de nawerking van de premedicatie en de pijnstillende medicatie die u heeft gekregen. Daarom is het niet toegestaan, tot 24 uur na de anesthesie, om voertuigen te besturen, belangrijke beslissingen te treffen, gevaarlijke werktuigen of machines te bedienen en een auto of motorfiets te besturen; dit geldt uiteraard ook voor de patient die in dagkliniek werd opgenomen en dezelfde dag het ziekenhuis mag verlaten.
  • Zwelling infuus: het is mogelijk dat het infuus rondom de insteekopening zwelt en pijnlijk wordt. Gelieve de verpleegkundige hiervan spoedig te verwittigen om het tijdig te kunnen verwijderen.
  • Geheugen- en concentratiestoornissen: door de algemene anesthesie kan uw geheugen tijdelijk wat verstoord zijn; ook de pijnstilling postoperatief kan uw concentratievermogen beïnvloeden. Deze invloed is variabel en onvoorspelbaar in de tijd.
  • Pijn: elke ingreep is een trauma aan het lichaam en brengt pijn teweeg. Om dit zoveel als mogelijk te beperken, wordt voor u de meest geschikte manier van pijnstilling gekozen. Vaak gebeurt dit systematisch dmv een zij-infuusje of een spuitje in de spieren. Ook nadat de infusen werden weggenomen krijgt u de nodige pijnstilling om langs de mond in te nemen. In daghospitalisatie krijgt u een kleine hoeveelheid pijnstilling mee voor u het ziekenhuis verlaat.
    Indien u een epidurale verdoving hebt gehad met een catheter die ter plaatse is gebleven, krijgt u met een pomp verdere pijnstilling zodat uw pijn zeer beperkt of afwezig zal blijven. Meestal krijgt u een PCA-pomp : d.w.z. dat een pomp verder pijnstilling toedient maar een knopje laat u toe om bij doorbraakpijn zelf een kleine hoeveelheid extra verdoving toe te dienen zonder op een verpleegkundige beroep te hoeven doen. Dergelijke pomp is een computer die voor u persoonlijk geprogrammeerd wordt door de anesthesist en beveiligd is tegen misbruik of overdosering. Dergelijk systeem blijft , volgens uw behoefte, 2 tot 5 dagen ter plaatse. Op elke afdeling zijn pijnverpleegkundigen werkzaam. Zij hebben een speciale opleiding genoten om op uw vragen betreffende pijn te kunnen antwoorden en u hierbij te helpen.
    terug naar anesthesie

7. Risico-inschatting


Wereldwijd wordt de ASA-classificatie gehanteerd om de ernst van ziek-zijn en het anesthesierisico te kunnen inschatten. (ASA = American Society of Anesthesiologists)
Het actuele anesthesie risico wordt globaal geschat op 1/250.000 patienten; bij gezonde patienten bedraagt het risico 1/400.000 .
Gezonde persoon, zonder regelmatig medicatiegebruik (voorbeeld: een overigens gezonde vrouw van 28 jaar met een liesbreuk).
Patiënt met een lichte aandoening, waarvoor al dan niet medicatie, zonder beperking normale activiteiten (voorbeeld: milde, goed ingestelde diabetes of hypertensie, lichte anemie, chronische rokersbronchitis).
Patiënt met ernstige systeemaantasting waarvoor medicatie, met beperking normale activiteit (voorbeeld: ernstige diabetes mellitus met vaatcomplicaties, invaliderende longziekte, angina pectoris).
Patiënt met zeer ernstige systeemaantasting, chronisch bedreigend voor het leven (voorbeeld: patiënten met hartziekten met duidelijke tekenen van hartfalen, voortgeschreden long-, lever- of nierfalen).
Moribundus, waarvan verwachte overleving < 24 uur met of zonder ingreep (voorbeeld: de patiënt met een gebarsten buikaneurysma, de patiënt met een ernstig schedeltrauma).
Dringende ingreep.
terug naar anesthesie
 
Hieronder treft u een schema aan dat, ten behoeve van uw huisarts, toelaat alle noodzakelijke preoperatieve onderzoeken te laten gebeuren.
De resultaten worden aan u bezorgd en brengt u mee bij uw opname ofwel worden ze rechtstreeks aan uw behandelende ziekenhuisarts bezorgd en aan uw dossier toegevoegd.
Volgende documenten kunt u downloaden, helemaal bovenaan de pagina
  • Preoperatieve voorbereiding
  • Toestemmingsformulier
  • Vragenlijst

terug naar anesthesie