background header
> AZ Zeno  >  AZ Zeno in cijfers

AZ Zeno in cijfers

Sinds 2004 worden in ons ziekenhuis klinische kwaliteitsindicatoren geregistreerd: valpartijen, doorligwonden (decubitus), sterftecijfer, wachttijden op de spoedgevallendienst, ziekenhuisinfecties op intensieve zorgen, gebruik van handalcohol. Hiervoor zijn we aangesloten bij het netwerk Navigator van de KULeuven.

Onder invloed van de eisenkaders van het agentschap Zorginspectie (Vlaamse Overheid), het Vlaams Indicatorenproject voor Patiënten en Professionals (VIP²) en het streven naar een kwaliteitslabel (NIAZ) werden in 2012 een aantal indicatoren toegevoegd mbt handhygiëne en patiëntenidentificatie.

Eind 2012 werd een continue meting gestart van de patiënttevredenheid. Het aantal patiënten (%) dat ons ziekenhuis zou aanbevelen aan familie of vrienden werd in 2013 opgenomen als indicator.

Deze indicatoren werden ontwikkeld om de verantwoordelijken binnen het ziekenhuis (directiecomité, zorgmanagers, hoofdverpleegkundigen, artsen) informatie te geven over de kwaliteit van de zorg, dus om intern te kunnen bijsturen en te verbeteren. De indicatoren worden geselecteerd en opgevolgd door de Stuurgroep Kwaliteit en Klinische Paden. Zo nodig worden vanuit de stuurgroep verbeteracties gestart, maar iedereen kan een verbeterproject opzetten naar aanleiding van de resultaten.

Toch wensen wij de resultaten van deze indicatoren extern kenbaar te maken. Op deze pagina vindt U een grafiek van de resultaten van de meeste klinische indicatoren. Bij elke indicator wordt een toelichting gegeven over de indicator zelf, over de betekenis van het resultaat en over de acties die nu reeds genomen worden om deze uitkomst te verbeteren.

Wie meer informatie wenst over de indicatoren en/of over de resultaten kan terecht bij Wouter Cattoor, kwaliteitscoördinator (wouter.cattoor@azzeno.be, 050/63.35.34).

De indicatoren die geregistreerd worden in het 'Vlaams Indicatorenproject voor Patiënten en Professionals' worden hieronder aangeduid met (VIP²). Deze resultaten worden ook gepubliceerd op de website Zorgkwaliteit.be

 Basisvereisten handhygiëne (VIP²)

Basisvereisten handhygiëne (VIP²)

Wat meet deze indicator?

Handhygiëne is cruciaal in het tegengaan van ziekenhuisinfecties. Zo wordt vermeden dat ziektekiemen overgedragen worden van de ene patiënt naar de andere. Hiervoor wordt van alle medewerkers verwacht dat zij geen ringen dragen, geen nagellak, geen valse nagels of gelnagels, geen horloges en armbanden en geen lange mouwen.

Dit getal (%) geeft het aantal artsen, verpleegkundigen, paramedici en vrijwilligers weer die voldoen aan de basisvereisten van handhygiëne ten opzichte van het totaal aantal geobserveerde medewerkers tijdens de interne en externe audits van het Vlaams Indicatorenproject (VIP²).

Deze indicator wordt ook gepubliceerd op de website www.zorgkwaliteit.be. Daar staat het gemiddelde van de metingen van 2015: 89%.

Wat betekent dit cijfer?

Meer dan 95% van de medewerkers en artsen houdt zich aan de basisvereisten van handhygiëne. We komen dicht bij ons streefdoel van 100%.

Wat doen we eraan?

Ons ziekenhuis neemt deel aan de nationale campagne handhygiëne. Medewerkers worden gesensibiliseerd aan de hand van affiches en onaangekondigde controles.

Er zijn referentieverpleegkundigen voor ziekenhuishygiëne op alle zorgafdelingen.

Sinds 2014 vindt er jaarlijks een externe en een interne audit van handhygiëne plaats in het kader van het Vlaams Indicatorenproject (VIP²). Interne controles gebeuren het hele jaar door.

Wat kan u doen?

Als patiënt kan u meehelpen aan een veiligere zorg door zelf een actieve rol te spelen. Herinner uw bezoekers en zelfs uw zorgverleners eraan dat ze de handen wassen of ontsmetten voor ze met u in contact komen.

 

 Decubitus op zorgeenheid Chirurgie

Decubitus op zorgeenheid Chirurgie

Wat meet deze indicator?

Doorligwonden (drukletsels, decubitus) zijn een risico voor alle patiënten met een verminderde mobiliteit en/of een slechte algemene toestand. Deze letsels ontstaan bij bed- of zetel-gebonden patiënten typisch op de stuit, de hielen, de ellebogen en het achterhoofd.

Deze indicator geeft het aantal patiënten met één of meer drukletsels, opgelopen op een zorgeenheid Chirurgie ten opzichte van het totaal aantal patiënten die op één bepaalde dag in de maand (20e) aanwezig zijn op de zorgeenheid.

Wat betekent dit cijfer? 

Het aantal patiënten op de zorgeenheden Chirurgie met doorligwonden is beperkt. Gemiddeld lopen 0,8% van de chirurgische patiënten een doorligwonde op. 
In de Vlaamse ziekenhuizen bedraagt dit cijfer gemiddeld 3% (databank Navigator® KULeuven).

Wat doen we eraan?

In het ziekenhuis zijn twee verpleegkundig wondzorgspecialisten actief en op elke zorgafdeling is een referentieverpleegkundige aangesteld. De procedure decubituspreventie werd herzien in 2017. Verder wordt er voldoende preventiemateriaal voorzien. Er worden interne opleidingen georganiseerd, bvb rond het opsporen van risicopatiënten (Nortonschaal). Er zijn ook (aangekondigde en onaangekondigde) controles van risicopatiënten en decubituspreventie op de zorgafdelingen.

 

 Identificatie van patiënten (VIP²)

Identificatie van patiënten (VIP²)

Wat meet deze indicator?

Een correcte identificatie van patiënten is belangrijk om incidenten in de zorg te vermijden. Daarom moeten alle patiënten die in het ziekenhuis verblijven een identificatie-armbandje dragen. Op dit bandje staan hun naam en geboortedatum en een barcode met hun dossiernummer.

Dit getal (%) geeft het aantal patiënten dat een correct identificatie-armbandje draagt ten opzichte van het totaal aantal geobserveerde patiënten tijdens de interne en externe audits van het Vlaams Indicatorenproject (VIP²).

Deze indicator wordt ook gepubliceerd op de website www.zorgkwaliteit.be. Daar staat het gemiddelde van de metingen van 2015: 94%.

Wat betekent dit cijfer?

Van alle patiënten draagt meer dan 90% een correct identificatiebandje. Het streefcijfer van 100% wordt bijna bereikt.

Wat doen we eraan?

Bij elke hoog-risico handeling en bij elke patiënt moet de naam en de geboortedatum) gevraagd worden. De naam die de patiënt vermeldt wordt gecontroleerd op het identificatie-armbandje en het patiëntendossier. Voorbeelden van hoog-risico handelingen zijn een bloedafname, medicatietoediening, behandeling, ingreep, onderzoek…

De unieke barcode op de armbandjes wordt voor steeds meer toepassingen gescand. Bijvoorbeeld bij aankomst in het operatiekwartier, bij het meten van de bloedsuikerspiegel…

Sinds 2014 vindt er jaarlijks een interne en een externe audit van patiëntidentificatie plaats in het kader van het Vlaams Indicatorenproject (VIP²). Interne controles gebeuren het hele jaar door.

Wat kan u doen?

Als patiënt kan u meehelpen aan een veiligere zorg door zelf een actieve rol te spelen. Stel vragen wanneer er volgens u een ander onderzoek, ingreep of behandeling wordt voorgesteld dan werd afgesproken. Geef aan als u het gevoel heeft dat er iets niet klopt. Controleer ook uw persoonsgegevens op het armbandje, etiketten, formulieren,…

Herinner uw zorgverleners eraan dat ze uw naam moeten verifiëren en vraag een nieuw armbandje als het om één of andere reden verwijderd werd of als het onleesbaar geworden is.

 

 Patiënttevredenheid

Patiënttevredenheid

Wat meet deze indicator?

Sinds eind 2012 wordt de tevredenheid van onze patiënten continu gemeten door middel van een invulfolder.
Eén van de vragen die gesteld wordt is of de patiënt ons ziekenhuis zou aanraden aan familieleden of vrienden.

Deze indicator geeft het aantal patiënten dat op deze vraag ‘ja’ antwoordt ten opzicht van het totaal aantal patiënten die deze enquête invult.

Wat betekent dit cijfer?

 Van alle patiënten die in het ziekenhuis verblijven zou 90% het ziekenhuis aanraden mochten familieleden of vrienden ziek worden of hulp nodig hebben.

Wat doen we eraan?

De invulfolder staat op het nachtkastje van elke patiënt bij zijn opname. De (anonieme) resultaten worden regelmatig opgevolgd en teruggestuurd naar de betrokken diensten.
Er wordt gezocht naar manieren om tot een zo groot mogelijke respons te kunnen komen.

Wat kan u doen?

Help ons om de zorg te verbeteren en vul de tevredenheidsfolder in. Signaleer zaken die anders of beter kunnen. Een pluim geven mag natuurlijk ook!

De ingevulde folder kan u deponeren in de witte brievenbus bij de ingang van elke zorgafdeling of in de inkomhal van beide campussen.

 

 Decubitus op zorgeenheid Interne geneeskunde

Decubitus op zorgeenheid Interne geneeskunde

Wat meet deze indicator?

Doorligwonden (drukletsels, decubitus) zijn een risico voor alle patiënten met een verminderde mobiliteit en/of een slechte algemene toestand. Deze letsels ontstaan bij bed- of zetel-gebonden patiënten typisch op de stuit, de hielen, de ellebogen en het achterhoofd.

Deze indicator geeft het aantal patiënten met één of meer drukletsels, opgelopen op een zorgeenheid Interne geneeskunde ten opzichte van het totaal aantal patiënten die op één bepaalde dag in de maand (20e) aanwezig zijn op de zorgeenheid.

Wat betekent dit cijfer?

Het aantal patiënten op de zorgeenheden Interne geneeskunde met doorligwonden varieert tussen 0 en 6,5%. Gemiddeld loopt 1,4% van de interne patiënten een doorligwonde op. 
In de Vlaamse ziekenhuizen bedraagt dit cijfer gemiddeld 3% (databank Navigator® KULeuven).

Wat doen we eraan?

In het ziekenhuis zijn twee verpleegkundig wondzorgspecialisten actief en op elke zorgafdeling is een referentieverpleegkundige aangesteld. De procedure decubituspreventie werd herzien in 2017. Verder wordt er voldoende preventiemateriaal voorzien. Er worden interne opleidingen georganiseerd, bvb rond het opsporen van risicopatiënten (Nortonschaal). Er zijn ook (aangekondigde en onaangekondigde) controles van risicopatiënten en decubituspreventie op de zorgafdelingen.

 Decubitus op zorgeenheid Geriatrie

Decubitus op zorgeenheid Geriatrie

Wat meet deze indicator?

Doorligwonden (drukletsels, decubitus) zijn een risico voor alle patiënten met een verminderde mobiliteit en/of een slechte algemene toestand. Deze letsels ontstaan bij bed- of zetel-gebonden patiënten typisch op de stuit, de hielen, de ellebogen en het achterhoofd.

Deze indicator geeft het aantal patiënten met één of meer drukletsels, opgelopen op een zorgeenheid Geriatrie ten opzichte van het totaal aantal patiënten die op één bepaalde dag in de maand (20e) aanwezig zijn op de zorgeenheid.

Wat betekent dit cijfer?

Het aantal patiënten op de zorgeenheden Geriatrie met doorligwonden varieert van 0 tot 7%. Gemiddeld lopen 2.3% van de geriatrische patiënten een doorligwonde op.
In de Belgische ziekenhuizen bedraagt dit cijfer gemiddeld 6% (databank Navigator® KULeuven).

Wat doen we eraan?

In het ziekenhuis zijn twee verpleegkundig wondzorgspecialisten actief en op elke zorgafdeling is een referentieverpleegkundige aangesteld. De procedure decubituspreventie werd herzien in 2017. Verder wordt er voldoende preventiemateriaal voorzien. Er worden interne opleidingen georganiseerd, bvb rond het opsporen van risicopatiënten (Nortonschaal). Er zijn ook (aangekondigde en onaangekondigde) controles van risicopatiënten en decubituspreventie op de zorgafdelingen.

 

 Wachttijd Spoedgevallendienst

Wachttijd Spoedgevallendienst

Wat meet deze indicator?

Op de spoedgevallendiensten van campus Knokke en campus Blankenberge melden zich patiënten aan met uiteenlopende aandoeningen. Patiënten met de dringendste aandoeningen krijgen voorrang. Daarom moet vaak een keuze gemaakt worden wie eerst behandeld wordt.

Deze indicatoren geven het aantal patiënten dat onze spoedgevallendiensten verlaat

  • Binnen 2 uur na aanmelding
  • Later dan na 2 uur maar binnen 4 uur na aanmelding
  • Later dan na 4 uur maar binnen 6 uur na aanmelding
  • Later dan na 6 uur maar binnen 8 uur na aanmelding

Wat betekent dit cijfer?

Het aantal patiënten dat onze spoedgevallendiensten kan verlaten binnen 2 uur na aanmelding ligt rond 73%. In Vlaamse ziekenhuizen is dit gemiddeld 60% (databank Navigator® KULeuven). 

Ongeveer 23% van de patiënten zijn langer dan 2 uur op de spoedgevallendienst. In de Vlaamse ziekenhuizen is dit bijna 30%
Zelden blijft een patiënt langer dan 4u op de spoedgevallendienst. In de Vlaamse ziekenhuizen is dit gemiddeld 8%.

Wat doen we eraan?

Op de beide spoedgevallendiensten is een triagesysteem in gebruik. Hierdoor worden patiënten met de dringendste aandoening het eerst geholpen. De patiënten in de wachtzaal worden hierover geïnformeerd.

 

 Ongeplande opname na behandeling in het dagziekenhuis

Ongeplande opname na behandeling in het dagziekenhuis

Wat meet deze indicator?

Het dagziekenhuis is bedoeld voor patiënten die een ingreep, behandeling of onderzoek moeten ondergaan maar die dezelfde dag terug naar huis kunnen. Uitzonderlijk kan het voorkomen dat de patiënt nog niet in staat is om naar huis te gaan en dus toch in het ziekenhuis moet opgenomen worden.

Deze indicatoren geven het aantal patiënten dat ongepland in het ziekenhuis moet opgenomen worden

  • na een invasieve diagnostische procedure (bvb gastroscopie, coloscopie)
  • na een heelkundige ingreep
  • na chemotherapie 

Wat betekent dit cijfer?

Het is eerder uitzonderlijk dat er een dagziekenhuis-patiënt ongepland toch in het ziekenhuis moet opgenomen worden.
Het aantal patiënten dat ongepland in het ziekenhuis moet opgenomen worden

  • na een invasieve diagnostische procedure ligt rond 0,80%
  • na een heelkundige ingreep ligt rond 1%
  • na chemotherapie is dit rond 1%. 

Wat doen we eraan?

De meeste voorkomende oorzaken van ongeplande opnames liggen bij de operatieplanning, ineffectieve pijnbestrijding en onvoldoende informatie aan de patiënt voor de operatie.
Daarom wordt ernaar gestreefd dat dagziekenhuispatiënten als eerste aan de beurt komen in de operatieplanning. Bij laattijdige ingrepen wordt de patiënt meteen opgenomen op een chirurgische zorgeenheid.
We werken aan een uniform pijn-protocol voor de geopereerde patiënt dat ook door iedereen gebruikt wordt.
Dagziekenhuispatiënten worden vooraf goed ingelicht dat zij de eerste 24u na de ingreep niet alleen thuis mogen zijn.

 

 Borstkanker (VIP²)

Borstkanker (VIP²)

Wat meet deze indicator?

De eerste 3 cijfers (Diagnose) tonen het percentage van het aantal vrouwen met borstkanker die in AZ Zeno in 2014 behandeld werden en waarbij een aantal aanbevolen onderzoeken gebeuren.

De volgende 3 cijfers (Behandeling) tonen het percentage van het aantal vrouwen met borstkanker die in AZ Zeno in 2014 behandeld werden en welke behandeling zij precies kregen: een borstsparende operatie, radiotherapie (bestraling) na die operatie en/of chemotherapie.

De laatste 3 cijfers (Overleving) tonen de overlevingskans van vrouwen met borstkanker die in AZ Zeno behandeld werden, 5 jaar nadat borstkanker werd vastgesteld. De cijfers worden gegeven voor (1) algemene overleving (overlijdens tgv alle doodsoorzaken), (2) overleving rekening houdend met de leeftijd van de vrouwen en het stadium van de tumor en (3) relatieve overleving (overlijdens enkel tgv kanker). Voor de overlevingscijfers werden geen streefwaarden bepaald, maar de gemiddelde vijfjaarsoverleving ligt in Vlaanderen rond 80%.

Merk op dat deze indicatoren gebaseerd zijn op cijfers uit de periode 2009-2011. De medische technieken en behandelingen evolueren snel en dwingen ons om voorzichtig om te gaan met deze cijfers. De resultaten gaan dus over patiëntes die in de periode 2009 tot en met 2011 hun diagnose kregen. Op basis van die data werden de resultaten berekend in 2014.

Wat betekent dit cijfer?

Als kleiner ziekenhuis slaagt AZ Zeno erin om gelijkaardige resultaten te halen als de andere ziekenhuizen in Vlaanderen. Voor op één na alle indicatoren behaalt AZ Zeno de streefcijfers. Het lagere cijfer voor radiotherapie (bestraling) komt waarschijnlijk doordat enkele patiënten per jaar te ziek zijn om de radiotherapie te starten of af te maken. Dit duidt aan dat onze groep patiënten ouder zijn en een zwaardere co-morbiditeit hebben. Aan alle patiënten die borstsparend geopereerd worden in ons centrum wordt radiotherapie geadviseerd in samenspraak met het MOC.
De overlevingscijfers worden beïnvloed door de oudere bevolking in onze regio. Oudere patiënten hebben kans op meerdere aandoeningen, naast de borstkanker, wat de overlevingskans verlaagt.

Wat doen we eraan?

We werken samen met expertisecentra om steeds state-of-the art behandelingen te blijven geven. De nieuwste evoluties op het vlak van technieken, geneesmiddelen en behandeling van borstkankerpatiënten worden gevolgd.
De toestand en behandeling van patiënten worden tweewekelijks besproken op een multidisciplinair overleg waar artsen van verschillende specialismen aanwezig zijn.
Borstkankerpatiënten worden tijdens hun behandeling opgevolgd en bijgestaan door een gespecialiseerde ‘borstverpleegkundige’.